In het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, VBAR, is de WZOP-toets geïntroduceerd, een nieuw beoordelingskader voor arbeidsrelaties. Extern ondernemerschap gaat in deze toets volwaardig meewegen.
De Wet VBAR moet duidelijkheid gaan bieden over de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit om een situatie van schijnzelfstandigheid tussen een werknemer en werkgever te voorkomen.
Op basis van de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Uber, waarin de Hoge Raad (in reactie op prejudiciële vragen die hierover zijn gesteld) heeft geoordeeld dat alle gezichtspunten zoals zijn weergegeven in het Deliveroo-arrest even belangrijk zijn, gaat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel aanpassen.
De WZOP-toets verduidelijkt het gezagscriterium bij arbeidsrelaties.
De toets bestaat uit drie elementen:
In de Wet VBAR werd het laatste punt, het extern ondernemerschap, in eerste instantie pas meegenomen nadat de balans tussen werknemerschap en zelfstandigheid was beoordeeld. Het extern ondernemerschap gaat nu volwaardig meewegen, naast de aansturing in het werk en het werken voor eigen risico.
Als de Belastingdienst vanaf 1 juli 2025 een (voorlopige) aanslag Vpb 2024 oplegt, berekent de Belastingdienst ook 9% belastingrente. Dit kunt u voorkomen door vóór 1 juni 2025 een correcte aangifte in te dienen of een correcte voorlopige aanslag aan te vragen vóór 1 mei 2025.
Lees verderAls de Belastingdienst vanaf 1 juli 2025 een (voorlopige) aanslag IB 2024 oplegt, berekent de Belastingdienst ook 6,5% belastingrente. Dit kunt u voorkomen door vóór 1 mei 2025 een correcte aangifte in te dienen of een correcte voorlopige aanslag aan te vragen.
Lees verder